Smelt de boter en roer er de bloem door tot een samenhangende slappe massa (roux) is verkregen.
Warm de roux even door zonder dat de kleur verandert.
Voeg de bouillon ineens toe, breng de massa aan de kook en roer hem glad.
Meng er het zeer klein gesneden vlees, de peterselie, peper, nootmuskaat en desgewenst het citroensap door.
Strijk de ragoût uit op een diep bord en zet dat op een koude plaats tot de massa steenkoud en heel stijf is.
Verdeel de massa in 4-5 gelijke delen en vorm er met behulp van 2 lepels kroketten van.
Druk oneffenheden en barstjes eruit om uitlopen te voorkomen.
Rol de kroketten aan alle kanten door paneermeel, vorm ze met de hand bij, haal ze door paneerei, rol ze nog eens door paneermeel en schud het overtollige paneermeel eraf.
Bak de kroketten in hete frituurolie (± 180 °C) langzaam bruin.
Laat ze daarna goed uitlekken en serveer ze op een verwarmd vleesschaaltje waarop een servetje ligt.
Garneer het schaaltje met een toefje peterselie of houd de droge peterselie bij de stelen vast, dompel de blaadjes in het hete frituurvet en bak ze snel.
Verkruimel de gebakken peterselieblaadjes boven de kroketten.
Notities / Tips / Wijnadvies
Variatie: Bitterballen (16-200 stuks) Vorm van het koude krokettenmengsel 16-20 kleine balletjes, paneer ze en bak ze in de frituurolie.Serveer met prikkers.