Meng de boter met de basterdsuiker, zout en peper tot een romig mengsel.
Voeg de karnemelk toe en roer tot een glad deeg.
Voeg indien nodig een extra scheutje karnemelk toe als het deeg te korrelig blijft.
Kneed de gezeefde bloem, bakpoeder en speculaaskruiden erdoorheen tot een samenhangend deeg.
Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minstens 24 uur rusten in de koelkast.
Haal het deeg uit de koelkast en laat het iets zacht worden.
Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkblad tot een dikte van 3 mm.
Steek er rondjes uit of snijd er vierkantjes van.
Bestrooi met de geschaafde amandelen of amandelstiften en rol ze stevig vast met een deegroller.
Kwast de koekjes in met een beetje van het losgeklopte ei voor een mooie glans.
Bak de koekjes in een voorverwarmde oven op 150°C gedurende ongeveer 20 à 25 minuten, of tot ze goudbruin en knapperig zijn.