Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en vet een diep bakblik in met boter.
Meng de bloem, basterdsuiker, havermout en het zout in een kom.
Snijd de koude boter in stukjes en kneed deze door het mengsel tot er kruimels ontstaan die samenklonteren als je ze indrukt.
Verdeel twee derde van het kruimeldeeg over het bakblik, druk stevig aan en bak deze bodem 15 minuten goudbruin.
Rasp ondertussen de gele schil van de citroen en pers het sap uit.
Schil de appels, snijd ze in stukjes en meng ze met het citroensap, de kaneel en 3 eetlepels suiker.
Meng de kwark met 100 gram suiker, vanillesuiker, citroenrasp en de eieren tot een glad geheel en roer het zetmeel erdoor.
Verdeel dit mengsel over de voorgebakken bodem en strijk glad.
Verdeel de appels erover en verkruimel het resterende deeg bovenop.
Bak de appelbakplaat in circa 35 minuten gaar.
Maak ondertussen de karamelsaus door suiker en water te koken tot een goudbruine karamel, blus af met slagroom, roer de boter erdoor en voeg eventueel zeezout toe.
Laat de bakplaat volledig afkoelen, snijd in stukken en serveer met karamelsaus.