Meng alle ingrediënten voor het koekjesdeeg tot een stevig deeg en laat dit 1 tot 2 uur rusten in de koelkast.
Kneed het deeg daarna goed door en rol het uit tot een dikte van ongeveer een halve centimeter.
Bekleed de bakvorm met het deeg en gebruik eventueel restdeeg voor extra bodem of koekjes.
Klop voor het cakebeslag de eieren met de suiker tot een luchtige massa, voeg de gesmolten boter beetje bij beetje toe en meng daarna het zelfrijzend bakmeel erdoor tot een glad beslag.
Schil de appels en snijd ze in vieren.
Vul de met koekjesdeeg beklede vorm met het cakebeslag, leg de appels erop en bestrooi met bruine suiker en kaneel.
Bak de taart in een voorverwarmde oven op 190 graden Celsius gedurende ongeveer 40 minuten en controleer of de taart gaar is.
Verwarm ondertussen de abrikozengelei met een scheutje water, laat kort doorkoken en bestrijk de warme taart ermee.
Laat de taart volledig afkoelen.