Meng olie, azijn en zout, klop even los en voeg dan evt. de kruiden toe.
Kook de artisjokken zoals beschreven.
Leg de gekookte en uitgelekte artisjokken op het bord en geef de vinaigrette er apart bij.
Trek van buitenaf beginnend de blaadjes een voor een uit de artisjok en dompel ze telkens
met de vlezige onderkant in de saus.
Zuig de blaadjes tussen de tanden uit.
Het ‘hooi’ (de nog niet ontwikkelde bloemblaadjes) dat nu tevoorschijn komt is niet goed eetbaar. Schraap het met een mes van de artisjokbodem.
De bodem is het lekkerste deel van de artisjok: lepel of snijd het bodemvruchtvlees los en snijd
het met de gekookte stelen in stukjes.
Geniet ervan met de rest van de vinaigrette.
Wilt u artisjok anders gebruiken?
Snijd de harde buitenste delen, de bovenste centimeters van de artisjok en de stelen weg
en houd alleen de bloembodem met zachte binnenste blaadjes over.
Verwijder hieruit het eventuele hooi.
Blancheer de overgebleven artisjokdelen in kokend water met citroensap en gebruik ze daarna
in of bij een gerecht.