Smelt de suiker in een flinke braadpan bij lage hitte.
Laat het een paar minuten sudderen totdat het een lichte karamelkleur krijgt.
Laat de suiker niet te donker worden, dan wordt ze bitter.
Roer de gesmolten boter er door heen.
Voeg daarna zoveel aardappelen toe dat ze nog makkelijk kunnen bewegen.
Blijf steeds roeren zodat de aardappelen aan alle kanten worden bedekt met een karamellaagje.
Neem de hete gecaramelliseerde aardappelen uit de pan en doe ze in een verwarmde schaal.
Herhaal dit proces net zo lang tot alle aardappelen klaar zijn.