Maak een farce.
Draai het vlees twee keer door de molen met de fijnste plaat.
Maak de champignons schoon en hak ze fijn.
Verpulver de jeneverbessen.
Meng deze ingrediënten goed en breng ze op smaak met peper en zout.
Smelt 50 g boter in een pan en bak hierin de koteletten aan één kant.
Leg ze dan op een bord en zet er een gewicht op om te pletten.
Laat ze afkoelen.
Besmeer de bruine kant van de koteletten met farce.
Draai elke kotelet in een stuk varkensnet en leg ze in een ovenvaste schaal.
Smelt 100 g boter en sprenkel deze over de koteletten.
Strooi er dan het paneermeel over.
Schuif de schaal in een oven van 180ºC en laat de koteletten 20 minuten bakken.
Bedruip ze vaak met de boter.
Serveer met de pepersaus en ongezoete appelmoes.