Breng de volgende dag de bruine bonen in het weekwater, de gesneden wortel met wat zout
aan de kook;
Doe het spek er bij en laat het geheel 90 min. op een laag vuur garen;
Na een 30 min. de metworst toe voegen en 60 min. mee laten koken;
Maak van de bloem met een beetje karnemelk een glad papje en schenk er beetje bij beetje de
rest van de karnemelk er bij (karnemelkpap);
Haal het spek en de metworst uit de pan en roer de karnemelkspap door de bruine bonen
en wat kooknat, tot dat er een lichtgebonden bonenbrij is ontstaan;
Warm de bonenbrij op, laat de bonenbrij niet aan de kook komen;
Snij de spek in stukjes en de metworst in plakjes;
Schep de bonenbrij in een schaal, met de spekjes en de plakjes metworst erop;
Geef de stroop er apart bij.