Laat de zuurkool in een vergiet uitlekken.
Schil de appel en snijd hem in kleine blokjes.
Scheur het laurierblaadje in grove stukken.
Pel de ui en snipper hem fijn.
Verhit 25 gram boter in een braadpan en bak de ui ongeveer 3 minuten zachtjes.
Voeg de zuurkool toe en bak al omscheppend ongeveer 3 minuten mee.
Voeg de appelblokjes, de fond, de jeneverbessen en het laurierblad toe.
Leg de plakken casselerrib en de knakworstjes bovenop de zuurkool.
Laat de zuurkool afgedekt 15-20 minuten zachtjes stoven.
Kook intussen de krielaardappeltjes in een andere pan met weinig water in 12-15 minuten gaar.
Giet de aardappeltjes af en meng de rest van de boter erdoor.
Schep de zuurkool op een schaal en leg de krielaardappeltjes eromheen.