Doe voor de fond de kip, wortelen, uien, prei en selderij in een grote soeppan met 5 liter water.
Voeg tijm, laurier, knoflook, peper en zout toe.
Laat dit minstens 1 uur trekken en passeer de fond daarna door een zeef.
Kook de kikkerbillen kort gaar in een deel van de fond.
Haal het malse vlees van de beentjes en leg dit direct in een soepterrine.
Laat de resterende fond in de pan inkoken tot er ongeveer 3 liter overblijft voor een krachtige smaakbasis voor de Kikkerbillensoep met spinazie.
Verwijder de harde nerven uit de spinazie en was de bladeren grondig.
Blancheer de spinazie kort in kokend water met zout, spoel direct koud af en druk het vocht er goed uit.
Maal de spinazie met een klein beetje bouillon in de blender tot een zeer fijne, gladde puree.
Smelt de boter in een pan, roer de bloem erdoor en laat de roux even 'drogen' op laag vuur.
Giet de bouillon geleidelijk bij de roux terwijl je blijft roeren tot de soep mooi gebonden is.
Laat dit enkele minuten zachtjes doorkoken.
Voeg de spinaziepuree toe aan de pan.
Let op: laat de soep nu niet meer koken om de diepgroene kleur te behouden.
Breng op smaak met peper en zout.
Klop in een mengkom de eierdooiers los met de room.
Giet deze liaison over het kikkerbillenvlees in de soepterrine.
Giet de warme spinaziesoep voorzichtig in de terrine en roer direct even door zodat de eierdooiers de soep binden zonder te stollen.