Maak de forellen schoon en zorg dat de slijmhuid intact blijft.
Schub ze niet en bind de staart vast aan de onderkaak.
Overgiet de forellen met hete azijn en zet ze opzij.
Breng in een ruime pan het water aan de kook met zout, wijnazijn, laurierblad, jeneverbessen en peperkorrels om de court-bouillon te maken.
Leg de forellen in de bouillon, zet het vuur laag en plaats een deksel op de pan.
Pocheer de vis gedurende 20-30 minuten.
Let erop dat de bouillon tegen de kook aan blijft, maar niet kookt.
Smelt intussen de boter in een andere pan en voeg de bloem toe om een blonde roux te maken.
Roer er beetje bij beetje ¼ liter van het visvocht doorheen en laat dit mengsel 10 minuten zachtjes koken onder voortdurend roeren.
Klop de eidooier los in een kom en voeg hier wat van de warme saus aan toe.
Giet dit mengsel vervolgens terug in de pan met de saus.
Roer de room en versgesneden dille erdoor en laat de saus kort trekken, maar niet koken.
Leg de gepocheerde forellen op een voorverwarmde schotel en garneer ze met partjes citroen en peterselie.
Serveer de romige dillesaus apart.