Draai de riblappen door de gehaktmolen of vraag je slager om dit te doen.
Doe het versgemalen vlees in een grote kom.
Voeg de zemelen, ketoembar, gemalen kokos, zout en peper naar smaak toe.
Kneed het geheel goed door elkaar, totdat de zemelen het vocht hebben opgenomen.
Vorm van het gehakt 4 stevige ballen.
Verhit de 50 gram boter in een braadpan en braad de ballen rondom bruin aan.
Laat intussen de kalfsfond in een steelpan flink inkoken, zodat deze tot een derde van het oorspronkelijke volume wordt gereduceerd en de smaak intenser wordt.
Neem de ballen uit de pan.
Voeg de ingekookte kalfsfond toe aan het bakvet.
Breng de jus aan de kook en roer een scheutje ketjap manis erdoor.
Leg de ballen terug in de pan en laat ze op zacht vuur nog circa 30 minuten sudderen in de jus, of tot ze gaar zijn.
Neem de ballen uit de pan, zeef de jus voor een zijdezacht resultaat en serveer direct.