Pers de citroenen uit en bewaar de schil.
Kook het water, de suiker, citroensap, kaneelstokjes en het opengesneden vanillestokje tot het volume gehalveerd is.
Verwijder de stokjes.
Schil de peren, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes.
Pocheer de blokjes in het suikerwater.
Voeg de rozijnen en krenten toe en pocheer alles gaar.
Voeg de geleisuiker toe en laat het mengsel licht binden tot een compôte.
Halveer de koude geitenkaasjes en leg ze op een bakplaat.
Bestrijk ze met honing en zet ze in een voorverwarmde oven op 220ºC tot ze lichtbruin zijn.
Verwarm de honing voor de saus.
Snijd de tomaten in reepjes.
Plaats de geitenkaasjes in het midden van het bord en schep 3 eetlepels compôte eromheen.
Giet een lepel warme honing over de geitenkaasjes.
Garneer de compôte met kervel en stukjes tomaat.