Spoel de krieltjes even af alsof ze net van het land komen en kook ze in een paar minuten beetgaar.
Ze moeten stevig blijven, geen aardappelpuree worden.
Meng ondertussen de olie, citroensap en honing tot een frisse marinade.
Proef even — als je spontaan nog een lepel wilt, zit je goed.
Snipper de sjalot zo fijn mogelijk (tranen toegestaan) en meng deze door de marinade samen met fijngeknipte dille.
Giet de krieltjes af, laat ze even uitdampen en meng ze voorzichtig door de marinade.
Niet pletten, we maken geen stamppot 😉
Laat alles even afkoelen zodat de smaken lekker intrekken.
Snijd de haring in hapklare stukjes.
Klein genoeg voor een hap, groot genoeg om indruk te maken.
Halveer de krieltjes en bouw je hapje: aardappel – haring – beetje dille – aardappel.
Steek er een prikker doorheen en probeer er niet meteen drie zelf op te eten.
Serveer en kijk hoe snel ze verdwijnen.
Notities / Tips / Wijnadvies
Serveertip:
Serveer deze krieltjes licht gekoeld op een houten plank met wat extra dille erover. Zet er eventueel een schaaltje mosterd-dillesaus bij voor de liefhebber — succes gegarandeerd.
Variaties:
Geen fan van haring? Probeer eens gerookte zalm of makreel. Of maak een vegetarische variant met roomkaas en komkommer. Zelfde idee, totaal andere vibe.
Wijnadvies:
Ga voor een frisse Sauvignon Blanc die mooi door het vet van de vis snijdt, of kies een droge Riesling voor een extra frisse kick. En ja… een koud biertje mag hier stiekem ook gewoon 😉