Halveer de varkenshaasjes en vouw de dunne uiteinden dubbel.
Steek vast met cocktailprikkers.
Bestrijk het vlees met mosterd en bestrooi met zwarte peper.
Wikkel elk stukje varkenshaas in een plak ham.
Smelt de boter in een grote koekenpan en bak de varkenshaasjes in ongeveer 15 minuten gaar.
Keer regelmatig.
Was de appels en verwijder het klokhuis.
Snijd 8-12 plakken van gelijke grootte.
Strooi de basterdsuiker op een bord en druk de plakken appel er één voor één in.
Leg de appelplakken na 10 minuten besuikerd in de pan naast de varkenshaasjes en bak ze aan beide kanten goudbruin in 2-3 minuten per kant.
Haal het vlees en de appels uit de pan en houd ze warm.
Blus het bakvet af met witte wijn of appelsap.
Roer goed om alle aanbaksels los te maken en breng de jus op smaak met zout, peper en eventueel extra mosterd.
Snijd de varkenshaasjes in plakken en leg ze met de appelplakken op borden.
Druppel de jus erover en maal nog wat zwarte peper erover.