Laat enige dikke plakken ham 1 uur weken in lauw water.
Voor het vulsel, vermengd met wat oud geraspt brood, met een rauw ei, wat gefruite ui, iets zout en peper, mespunt gemalen kruidnagel, 2 theelepels bruine suiker, nootmuskaat, 2 fijngesneden appels, 6 gedroog-de pruimen [die 1½ uur in warm water geweekt hebben] en wat rozijnen.
Wanneer de massa te droog is, doet men er wat water bij.
Rol in iedere plak ham wat van het mengsel en bind het rolletje met een touwtje dicht.
Eerst even bruin braden, daarna een uur zachtjes door laten braden.