Schil de peren en snijd ze in 4 kwarten.
Verwijder het klokhuis.
Leg de peren in een pan en voeg de rest van de ingrediënten toe.
Vul de peren nu aan met het water totdat ze volledig onder staan.
Plaats de deksel op de pan en zet deze op het vuur en breng aan de kook.
Wanneer het kookt verlaag je de temperatuur iets.
Het moet nog steeds koken maar niet heel hard.
Houd je peren in de gaten.
Doordat de suiker gaat koken krijg je een siroop.
Wordt deze te dik en zijn je peren nog niet gaar, voeg dan nog een beetje water toe.
Niet te veel want je moet een mooie siroop overhouden.
Dus beter 3 keer een beetje toevoegen dan 1 keer teveel.
Wanneer je peren gaar zijn neem je een kom en een zeef.
Zet de zeef op de kom en schenk er de peren in.
Laat deze goed uitlekken en afkoelen.
De siroop bewaar je voor de topping.
Maak de banketbakkersroom door 400 ml melk met de suiker en het kaneelstokje aan de kook te brengen.
De resterende 100 ml meng je met de eidooier en het puddingpoeder.
Wanneer de melk kookt voeg je een gedeelte bij het koude papje, roer door en schenk het terug in de pan.
Breng dit nu onder voortdurend roeren terug aan de kook.
Wanneer je pudding blubt is hij goed en haal je hem van het vuur.
Schenk de pudding in een schaal en dek de pudding ( niet de schaal ) af met plastic folie.
Laat de pudding afkoelen.