Laat de diepvriesgarnalen eerst ontdooien.
Pel de staarten van de garnalen en hak ze fijn.
Voeg de zeer fijngehakte waterkastanjes, uitjes, geraspte gemberwortel, zout een rijstwijn (of droge sherry) toe.
Schep alles goed om.
Voeg aan het eiwit 1 eetlepelkoud water en de maïzena toe.
Roer tot dit een egaal mengsel is geworden.
Voeg dit toe aan de garnalenmassa en laat dit een half uur staan.
Schep dan alles goed om en vorm er balletjes van ter grootte van een walnoot.
Maak hiertoe de handen vet met de sesamolie.
Verhit de andere olie in een wadjan en bak de garnalenbeignets hierin aan alle kanten bruin.
Bak niet meer dan 4 à 5 balletjes tegelijk, anders daalt de temperatuur van de olie teveel.
Laat de beignets na het bakken uitlekken en houd ze warm.
Maak de peultjes schoon.
Verhit in een schone wadjan 1 eetlepel sesamolie en fruit hierin de peultjes voor ca. 1 minuut.
Schuif de peultjes naar een zijde en voeg de bouillon (water mag ook) toe.
Leng de maïzena aan met 2 eetlepels koud water en doe dit door het mengsel in de wadjan.
Blijf roeren tot een licht gebonden saus is ontstaan.
Roer dan de oestersaus en wat suiker door de saus.
Schep nu de peultjes weer deze saus.
Leg eerst de garnalenbeignets op een voorverwarmde ondiepe schaal.
Schep er daarna de peultjes met de saus overheen.