Meng het anijszaad, het anijspoeder, de rozijnen en het zout in een kom.
Zeef de bloem en schep het rozijnenmengsel erdoor.
Verwarm de melk tot lauwwarm en roer de gist los met twee eetlepels melk.
Maak een kuiltje in de bloem en schenk het gistmengsel erin.
Roer vanuit het midden en voeg de rest van de melk toe tot een dik, lobbig beslag ontstaat.
Dek het beslag af en laat het ongeveer 1 uur rijzen op een warme plek.
Verhit een klontje boter in een ruime koekenpan.
Vorm met twee lepels steeds drie kleine hoopjes beslag en laat ze in de pan glijden.
Bak de koekjes aan beide kanten goudbruin.
Laat uitlekken op keukenpapier en houd warm.
Bestrooi vlak voor het serveren met poedersuiker.