Vraag uw leverancier de vissen (mullen of rode ponen kan ook ) te fileren en de huid te verwijderen.
Spoel de filets af onder koud stromend water en maak ze droog.
Vermeng het zout met het asemvocht totdat het zout opgelost is.
Bestrijk de filets hiermee en laat ze een kwartier liggen.
Fruit intussen de ui in 2 eetlepels olie tot ze verkleuren en voeg dan de fijngehakte knoflook en fijn geraspte gemberwortel toe.
Schep alles enkele malen goed om en voeg dan de sambal, Javaanse suiker, ketjap en dunne santen toe.
Breng alles al roerend aan de kook.
Zet het vuur lager en laat het 5 min. zachtjes doorkoken.
Schenk de resterende olie in een koekenpan.
Maak de filets opnieuw droog en bak ze in de hete olie snel aan weerskanten goudbruin.
Laat ze even uitlekken op keukenpapieren leg ze dakpansgewijs op een voorverwarmde schaal.
Voeg de dikke santen toe aan de hete saus.
Breng al roerend deze saus opnieuw aan de kook.
Giet de kokende saus over de filets.
Garneer het gerecht door een bloem van rode lombok.