Kneed van de ingredienten voor de velletjes een samenhangend deeg.
Rol het deeg op een met bloem bestrooide plank niet te dun uit.
Steek er met behulp van een kopje of glas ronde figuren uit.
Leg op elk koekje een lepel van het vulsel, vouw ze dicht in tweeen en knijp de randjes op elkaar in golfjes.
Bak de pasteitjes in de olie lichtbruin, maar de olie mag niet te heet zijn als de pasteitjes erin gaan.
Laat de pasteitjes, als u ze in de diepvries bewaart, niet te bruin bakken en bak ze dan voor het gebruik even op.