Pers de sinaasappel uit en vang het sap op.
Pel de mandarijnen en verdeel ze in partjes.
Houd twaalf mooie partjes apart voor de garnering en snijd de overige partjes doormidden.
Verwarm het sinaasappelsap samen met de marmelade in een steelpan op laag vuur en roer tot de marmelade volledig is opgelost.
Meng de allesbinder met een klein beetje koud water en roer dit door het warme sap.
Breng de saus kort aan de kook en laat haar enkele minuten zachtjes binden.
Haal de pan van het vuur en laat de saus afkoelen, waarbij je af en toe roert.
Meng daarna de gesneden mandarijnstukjes door de saus.
Verdeel de slablaadjes over vier borden, leg op elk bord een plakje paté en lepel de sinaasappel-mandarijnsaus erover.
Garneer met de achtergehouden mandarijnpartjes.