Snijd de gedroogde abrikozen in kleine stukjes.
Spoel de rozijnen af en laat ze samen met de abrikozen ongeveer tien minuten weken in warm water.
Giet af en dep goed droog.
Los de gist op in een deel van het lauwwarme water.
Doe de bloem, het zout en de koekkruiden in een beslagkom en maak een kuiltje in het midden.
Schenk het gistmengsel en het ei in het kuiltje en roer vanuit het midden.
Voeg geleidelijk het bier en de rest van het water toe tot een soepel, licht dik beslag ontstaat.
Meng de abrikozen en rozijnen door het beslag.
Dek de kom af en laat het beslag op een warme, tochtvrije plek ongeveer één uur rijzen tot het volume is verdubbeld.
Verhit de olie tot 180 °C.
Schep met een ijsschep of twee lepels porties beslag en laat deze voorzichtig in de hete olie glijden.
Bak de oliebollen in porties in ongeveer zes tot acht minuten goudbruin en gaar en keer ze halverwege.
Schep ze uit de olie, laat uitlekken op keukenpapier en bestuif vlak voor het serveren met poedersuiker.