Haal de karnemelk ongeveer vijftien minuten voor gebruik uit de koelkast zodat deze niet ijskoud is.
Spoel de rozijnen en krenten af onder koud stromend water en laat ze vervolgens tien minuten weken in warm water.
Giet af, laat uitlekken in een zeef en dep goed droog met keukenpapier.
Klop het ei los in een kommetje.
Zeef de bloem en het zout boven een ruime beslagkom en meng de gedroogde gist erdoor.
Maak in het midden een kuiltje en schenk daar het ei in.
Voeg al roerend geleidelijk de karnemelk toe en blijf ongeveer vijf minuten roeren tot een glad en soepel beslag ontstaat.
Meng de rozijnen en krenten erdoor.
Dek de kom af met plasticfolie en laat het beslag op een warme, tochtvrije plek ongeveer één uur en een kwartier rijzen tot het volume is verdubbeld.
Roer het beslag daarna niet meer door.
Verhit de olie in een frituurpan tot 175 °C.
Doop een ijsbolletjestang of twee metalen lepels in de olie, schep porties beslag en laat deze voorzichtig in de hete olie glijden.
Bak de oliebollen in porties in ongeveer zes minuten goudbruin en gaar en keer ze halverwege.
Schep de oliebollen uit de olie en laat uitlekken in een met keukenpapier beklede vergiet.
Bestrooi vlak voor het serveren met poedersuiker.