Zeef de bloem en meng er een snufje zout doorheen.
Maak een kuiltje in het midden en breek het ei hierin.
Roer het ei door de bloem en voeg het water beetje bij beetje toe.
Kneed de massa tot een glanzend en elastisch deeg.
Laat het deeg 15 minuten rusten.
Snijd de bosuitjes, knoflook en selderij ragfijn.
Hak de gember en lombok heel fijn.
Kluts in een kom de eendeneieren en roer de bosuitjes, fijngehakte selderij, gember, knoflook, lombok en een mespunt zout erdoorheen.
Verdeel het deeg in vieren en rol elk deegballetje uit tot een heel dunne lap.
Verhit een laag olie van ongeveer 2 cm in een grote koekenpan of platte wok.
Leg op elk deeglapje een kwart van het eierenmengsel en vouw het dicht als een rechthoekige envelop.
Bak de martabakken in de hete olie, keer ze regelmatig om en druk ze plat totdat ze goudbruin en knapperig zijn.
Voor de saus: breng de tomatenpuree, azijn, suiker, ketjap manis, sambal, djahé en 3 deciliter water aan de kook.
Eventueel afbinden met maïzena.