Snijd de uien en de bleekselderij in grove stukken.
Verhit de olie in een wok en roerbak de ui en de bleekselderij met de gember.
Spoel de mosselen grondig in koud water en doe ze in de wok.
Voeg de verse tijm en het laurierblaadje toe en doe er de munt, de koriander en het fijngesneden citroengras bij.
Blus de mosselen met een flinke scheut witte wijn en laat ze, vanaf dat het kookpunt is bereikt, 2-2½ minuut goed doorkoken, of tot alle schelpen open staan.
Breng op smaak met versgemalen peper.