Cavolo nero is Italiaanse voor zwarte kool, afkomstig uit de omgeving van
Milaan. Het blad lijkt een beetje op dat van wilde spinazie. Alleen zijn de
bladen van de cavolo meer langwerpig dan breed. Was ze en scheur de
hoofdnerf eruit. Leg ze 5 minuten in kokend water en koel ze dan in koud
water. Hak ze fijn, doe ze terug in de pan en klaar.
Deze kool blinkt uit door zijn milde zachte smaak.
De plant verdraagt vorst, tot -15°C. De bladeren gaan dan slap hangen. Maar
als het gaat dooien, herstellen ze zich volledig.
Men kan tot ver in juni blijven snijden. Het jonge blad kan dan rauw,
dungesneden als salade worden gegeten.
De even geblancheerde, kleingesneden en roergebakken kool is lekker bij wit
vlees en gevogelte met gedroogde tomaten, sjalotten en knoflook en een
beetje balsamicoazijn erover.
Hij smaakt goed op bruschetta, in soep en met een natte polenta.
Heel in de verte lijkt de kool wat smaak betreft iets op onze boerenkool. Door
de polenta te combineren met wat geraspte Parmezaanse kaas, krijgt u een
heerlijk gerecht.
Door natte polenta kunt u trouwens alle andere groenten verwerken,
bijvoorbeeld heel fijngesneden rauwe rode trevisosla of fijngesneden rucola.
Maar gare boerenkool zou ook kunnen.
Snijd, om hele bladeren van de spitskool te halen, eerst het kontje eraf en rol
ze dan voorzichtig af.