Doe in een ruime kom de margarine, het zout, de suiker, en het lauwe water en kneed totdat de margarine een beetje kleiner is.
Voeg de tarwebloem toe en kneed tot een stevig deeg.
Laat het deeg ongeveer drie uur rusten.
Maak er vervolgens 20 tot 30 ballen van.
Rol elke bal met een deegrol uit tot een mooi rond plakje (zo groot als een schoteltje). Neem steeds een plakje in de hand en vul ze dan met de pasteivulling.
Sluit de plakjes zodat er een half maantje ontstaat.
Maak met de duim een kartelrandje of druk ze met een vork goed aan.
Frituur de pasteitjes in de hete slaolie en serveer ze warm met een van de sausjes.