Zeef de bloem in een kom.
Snij de boter in kleine stukjes.
Verdeel deze over de bloem.
Maak een trechter in de bloem en doe hier 2 eieren, zout en beetje bij beetje het water in.
Kneed met de vingers tot een niet plakkend deeg ontstaat. Kneed het deeg geruime tijd.
Maak er een bal van en laat een nacht rusten.
Ontbeen de eend.
Snij de borstfilets in reepjes.
Snij de rest van de eend, ham, borstspek en vet spek in blokjes.
Bestrooi met zout en peper.
Voeg de schoongemaakte levers en cognac toe.
Laat een nacht marineren.
Ontpit de olijven.
Draai al het vlees, behalve de borstfilets en 1 lever, 2 keer door de molen met de kleinste plaat.
Snij de andere lever in blokjes.
Klop 2 eieren los en voeg toe aan het mengsel met de marinade cognac.
Voeg zout en peper toe.
Rol 2/3 van het deeg uit en bekleed er een pasteivorm mee.
Laat een deel over de rand hangen.
Leg een laag farce op het deeg.
Dan een paar reepjes borstfilet.
Een rijtje olijven, een laagje farce, enz.
Rol de rest van het deeg uit.
Snij er een stuk uit dat als deksel kan dienen.
Leg dit op het deeg.
Vouw de randen dicht met de overhangende stukken.
Maak in het midden een schoorsteentje met een stukje karton.
Versier met wat stukjes deeg.
Bestrijk de oppervlakte met wat losgeklopt eigeel.
Zet de pastei in een oven van 190 C.
Reken 1 uur per kilo.
Laat afkoelen voor serveren.