Roer met een spatel de boter met het ei, de suiker en het amandelpoeder zalvig.
Voeg de kaneel, de citroenrasp en het zout toe en kneed de bloem door de botermassa tot een samenhangend deeg.
Zet het deeg in de koelkast en laat het 2 uur rusten.
Rol het deeg uit tot een plak van 2 mm dikte, leg de plak over een klein taartvormpje en duw het licht aan.
Rol met een rolstok over de rand van het vormpje en vul het met de pruimengelei.
Sla vervolgens 4 eiwitten met een mixer schuimig en voeg er 100 gr suiker bij.
Breng met een vork het eiwitschuim over op de gelei en gratineer het in een hete oven of onder een grill.
Serveer het taartje met een toefje slagroom en een bolletje vanille-ijs.