Was de krenten en rozijnen, droog ze goed en doe ze in een kommetje.
Schenk de rum erover en laat het fruit ongeveer acht uur wellen.
Roer de gist los met één deciliter lauwwarme melk en de suiker.
Meng de bloem en het zout in een beslagkom en maak in het midden een kuiltje.
Schenk de gistoplossing in het kuiltje en voeg daarna de rest van de melk toe.
Roer of mix het beslag vanuit het midden tot een glad en soepel geheel.
Meng de geweekte krenten en rozijnen met de rum en de appelblokjes door het beslag.
Dek de kom af en laat het beslag op een warme plek ongeveer één uur rijzen, tot het zichtbaar in volume is toegenomen.
Verhit de frituurolie tot circa 180 °C.
Vorm met twee lepels of een ijsbolletjestang kleine bolletjes beslag en laat deze voorzichtig in de hete olie glijden.
Frituur de rumbollen in porties van vier tot vijf stuks in vier tot zes minuten goudbruin en gaar.
Keer ze halverwege eenmaal met een schuimspaan.
Schep de rumbollen uit de olie, laat ze uitlekken op keukenpapier en leg ze op een schaal.
Bestrooi ze vlak voor het serveren royaal met poedersuiker.