Maak een bladerdeeg van de bloem, boter, zout en water.
Laat het deeg geruime tijd opstijven in de koelkast.
Rol het deeg uit tot een lap van ca.
½ cm dikte.
Snijd met behulp van de kartonnen mal ovale koeken van 15 x 6 cm.
Bestrijk de bovenzijde van de koeken met koud water.
Leg de koeken omgekeerd op een 'bedje' van kristalsuiker.
Rol voorzichtig met de deegroller over de koeken, zodat de suiker eraan blijft kleven.
Leg de koeken op een natgemaakte bakplaat.
Laat het deeg nogmaals afkoelen en opstijven in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Bak de koeken midden in de oven in 20-25 minuten gaar en bruin.
Neem de koeken direct van de bakplaat af.
Laat de sloffen goed afkoelen.
Bewaar de sloffen in een goed sluitende trommel om te voorkomen dat ze taai worden.