Kook 500 ml water en voeg het vleesbouillonblokje toe.
Smelt de margarine in een steelpan op laag vuur.
Meng met een houtel lepel de bloem erdoor en laat op laag vuur 2 minuten garen.
Voeg op laag vuur al roerend met een houten lepel de 500 ml bouillon in scheuten toe en daarna de 250 ml melk.
Voeg pas de volgende scheut toe als de vorige helemaal is opgenomen.
Gaat de bechamelsaus een beetje klonteren, gebruik dan een garde om de massa glad te roeren.
Laat op laag vuur 2-3 min. zachtjes koken.
Breng op smaak met peper – geen zout vanwege de bouillon.
Zet het vuur uit en laat de saus rusten tot gebruik.
Was de courgette en snij met een scherp mes of met een kaasschaaf de courgette tot flinterdunne plakken.
Op deze manier kan de courgette rauw verwerkt worden.
Verwarm de oven voor op 180 °C.
Maak laagjes in de ovenschaal.
Begin met een laagje bechamelsaus en plakken courgette, een flinke scheut olijfolie.
Achtereenvolgens, lasagnebladen, saus, lasagnebladen, bechamelsauls en kaas.
Herhaal tot alle ingrediënten op zijn en eindig met een laag tomatensaus en een scheut olijfolie.
Bewaar een restje geraspte kaas om te serveren.
Dek de lasagne af met aluminiumfolie, bak de schaal 35 minuten in het midden van de oven.
Verwijder de aluminiumfolie en laat de lasagne nog 10 nabakken.
Zet de oven uit en laat de lasagne nog 10 minuten nagaren.