Verwarm de oven voor op 200°C.
Rooster de rode paprika in de oven gedurende ± 30 minuten, tot de schil zwartgeblakerd is.
Doe de geroosterde paprika direct in een afgesloten plastic zak en laat hem 5 minuten uitdampen.
Hierdoor laat de schil makkelijker los.
Haal de paprika uit de zak, verwijder de schil en de zaadlijsten.
Pureer het vruchtvlees met een pureerstaaf of in een blender tot een gladde puree.
Vermeng de paprikapuree met de geperste knoflook en de gemalen piment.
Smeer de stukjes varkenshaas volledig in met dit mengsel.
Dek het vlees af en laat het minimaal 24 uur in de koelkast marineren, zodat de smaken goed kunnen intrekken.
Spoel de kokkels grondig onder koud stromend water.
Laat ze eventueel 2 uur in zout water weken om eventueel zand te verwijderen.
Was mosselen grondig.
Verhit de olijfolie en de boter (of extra olijfolie) in een grote koekenpan op middelhoog vuur.
Braad de gemarineerde stukjes varkenshaas rondom bruin in de hete olie en boter.
Laat het vlees vervolgens in ± 15 minuten zachtjes gaar worden.
Breng het op smaak met zout en peper.
Laat de kokkels (of mosselen) goed uitlekken en voeg ze toe aan de pan met het varkensvlees.
Zet het deksel op de pan en verwarm het gerecht nog ± 5 minuten, tot de schelpen van de kokkels (of mosselen) open gaan.
Schud de pan elke minuut voorzichtig om een gelijkmatige garing te bevorderen.
Gooi gesloten schelpen weg.
Garneer het gerecht met partjes citroen en fijngehakte selderij.
Serveer direct.