Zeef de bloem in een mengkom en voeg het zout toe.
Snijd de koude boter er met twee messen doorheen.
Voeg 3-5 eetlepels koud water toe en kneed het snel tot een samenhangend deeg.
Wikkel de deegbal in plasticfolie en laat 30 minuten rusten in de koelkast.
Houd 200 gram mooie halve walnoten apart en hak de rest fijn.
Verwarm de oven voor op 160°C.
Rol het deeg uit tot een ronde lap van ongeveer 30 cm en bekleed hiermee de ingevette taartvorm.
Klop 4 eieren los met de bruine basterdsuiker, vanillesuiker, zout en ahornsiroop.
Roer de zachte boter en geraspte citroen- of sinaasappelschil erdoor tot een glad mengsel.
Voeg de fijngehakte walnoten toe en schenk het mengsel op de deegbodem.
Verdeel de apart gehouden halve walnoten over de vulling en bestrijk de taart met het losgeklopte ei.
Bak de taart in het midden van de oven gedurende 60 minuten, tot hij lichtbruin en stevig is.
Laat de taart afkoelen op een rooster en serveer op kamertemperatuur.