Schil de aardappelen, snij ze in dunne plakjes en kook ze in 6 minuten net gaar in water met zout.
Giet ze daarna af en laat ze afkoelen.
Breng ondertussen de slagroom aan de kook en voeg de prei en bosuitjes toe.
Breng op smaak met zout en peper.
Voeg vervolgens de aardappelplakjes toe en laat het geheel op laag vuur even doorkoken.
Hou het geheel warm tot gebruik.
Klop in tussentijd de eieren los in een kom.
Leg paneermeel en bloem op aparte borden.
Snij de kabeljauw in repen van 1½ cm lengte.
Kruide de repen met peper en zout en wentel ze achtereenvolgens door de bloem, het geklopte ei en als laatste door het paneermeel.
Klop het overtollig paneermeel eraf en frituur de repen goudbruin en krokant in de hete frituurolie.
Garneer de borden met de veldsla en kerstomaatjes.
Schep de warme aardappelsalade in het midden en plaats de gefrituurde kabelajauwreepjes er bovenop.
Bestrooi het gerecht met de gehakte peterselie en garneer met schijfjes of partjes citroen.