Maak de kool schoon, snijd de groente in de lengte in acht en snijd elk stuk in 3 á 4 cm lange reepjes.
Spoel ze en zwier ze droog.
Maak de kervel schoon en haal de blaadjes van de steeltjes.
Overgiet de taugé met kokend water en meng er in een kom de kervelblaadjes door.
Maak de selderij, de paprika en de prei schoon en snijd de groenten in kleine stukjes.
Roer het citroensap, de rijstazijn en de olie door de bouillon, kruid het sausje met zout, cayennepeper en ½ theelepel suiker en roer er de fijngesneden groenten door.