Zeef de bloem boven een grote kom, maak een kuiltje in de bloem.
Voeg de boter, 1eierdooier, snufje zout en 50 g suiker toe.
Meng dit met de vingers tot een kruimelig deeg.
Maak er een bal van en laat het deeg afgedekt ca. 1 uur in de koelkast rusten.
Verwarm de oven voor op 200 C.
Kook de goudreinetten met de rest van de suiker en 2 eetlepels water ca. 4 minuten.
Laat afkoelen.
Bestuif en werkvlak met bloem en rol het deeg uit.
Vet een springvorm (24 cin met boter.
Bekleed de vorm met deeg en snij de randen bij en prik met een vork gaatjes in het deeg.
Vul de vorm met de afgekoelde appels.
Leg de handappels als een waaier over de gekookte appels.
Bestrijk deappels met 1 losgelopte eierdooier.
Bak de taart midden in de oven in ca. 40 minuten gaar en goudbruin.
Dek de taart met aluminiumfolie af als de bovenkant te donker wordt.
Laat afkoelen in de vorm.
Bestrijk de taart met de abrikozenjam.