Spoel de garnalen, uit laten lekken en bestrooien met wat zout, peper, laos en nootmuskaat.
Snij de spinazie in stukjes van ca. 5 cm.
Daarna wassen en uitlaten lekken.
Kook de bami intussen gaar en spoel die af met koud water.
Uitlaten lekken.
Fruit de garnalen in wat olie bruin en weer uit laten lekken.
Fruit in de overgebleven olie de uien, trassi en de knoflook.
Voeg dan de garnalen, spinazie en de bami toe en roer alles goed door elkaar.
Dien het geheel warm op en geef er atjar en een spiegelei bij.