Zeef de bloem in een kom en voeg het zout toe.
Los de gist op in de melk en roer er een eetlepel suiker door.
Laat de gist ca 20 minuten staan.
Zodra er belletjes te zien zijn kan de gist worden gebruikt.
Voeg eerst de gist toe aan de bloem en vervolgens de gesmolten boter.
Meng door elkaar.
Voeg de rest van de suiker toe en één voor één de eieren.
Mix tot een dik deegachtig beslag en laat dit afgedekt een uur rijzen.
Bestuif het aanrecht met bloem.
Rol het deeg hierop uit tot een plak van 1 cm dik.
Steek er een gelijk aantal rondjes met een middellijn van ca 8 cm uit.
Bestrijk s e randen met losgeklopt eiwit.
Druk in de helft van de rondjes een kuiltje.
Schep een beetje jam in het kuiltje.
Dek de gevulde rondjes af met de overgebleven rondjes en druk de met eiwit besmeerde kanten op elkaar.
Dek de bollen af en laat ze een ½ uur rijzen.
Verhit de olie tot 160 C.
Bak enkele bollen tegelijk in de hete olie in ca 10 minuten gaar.
Draai ze tijdens het bakken af en toe om.
Laat ze op keukenpapier uitlekken.
Bestrooi de afgekoelde bollen met een mengsel van rietsuiker en kaneelpoeder.