Doe de varkensnieren, lever en hart in een pan met ruim water en kook ze gaar.
Verwijder de velletjes en maal het vlees zeer fijn met een vleesmolen of keukenmachine.
Meng het gemalen vlees met het tarwemeel, gruttenmeel, spekblokjes, peper, zout en kruidnagel.
Kneed alles goed door elkaar.
Vul de kunstdarmen voor de helft met het mengsel (het mengsel zet uit tijdens het koken).
Breng een pan met ruim water aan de kook.
Leg de gevulde worsten in het kokende water.
Houd het water tegen de kook aan en laat de worsten 30 minuten garen.
Prik in de worst om te controleren of deze gaar is: er mag geen beslag meer uitkomen.
Haal de worsten uit het water en leg ze even in koud water.
Hang de worsten op een warme, donkere plaats en laat ze enkele dagen drogen.
Snijd de gedroogde leverworst in plakken.
Bak de plakken aan beide kanten in hete reuzel tot ze bruin zijn.
Serveer direct.