Maak de worteltjes schoon, schrap ze en snij ze in dikke rondjes.
Smelt 30 g boter in een pan en voeg er de worteltjes bij, de bouillon, een theelepel suiker, wat nootmuskaat, zout en peper.
Laat zachtjes koken totdat het vocht bijna geheel verdampt is.
Was ondertussen wat kervel en bieslook, droog ze en hak beide fijn.
Maak de champignons schoon, snij ze in plakjes e bak ze in de rest van de boter op een niet te hoog vuur.
Als de champignons mooi klein zijn, kunt u ze heel laten.
Als de bouillon bijna geheel verdampt is, voeg dan de worteltjes en champignons en de slagroom.
Roer voorzichtig met een houten lepel alles door elkaar.
Laat dan nog 5 minuten op een zeer zacht vuur koken.
Doe alles over in een voorverwarmde dienschaal.
Bestrooi met bieslook en kervel en serveer.