De cranberry komt oorspronkelijk uit Noordoost-Amerika waar de indianen de bes al eeuwenlang gebruikten. Rond 1620 arriveerden de Pilgrim Fathers in Plymouth (vlakbij Boston). Zij ontdekten dat cranberry's rijk zijn aan vitamine C en bovendien lang houdbaar. Zij namen de bessen dan ook mee op hun verre zeereizen om scheurbeuk te voorkomen.
Omstreeks 1840 vonden 2 strandjutters op het strand van Terschelling een aangespoeld vat dat was gevuld met cranberry's. Zij waren teleurgesteld in hun vondst en gooiden het vat leeg in de duinen. De bessen gingen kiemen en al snel had Terschelling haar eigen heideachtige struikjes met lepeltjesheide oftewel cranberry's.
De naam komt van craneberry (kraanvogelbes). Het steeltje van de bloem is gebogen en hierdoor lijkt het op de nek van een kraanvogel. U kunt een cranberry of lepeltjesheide herkennen aan de ovale vorm en dieprode kleur met witachtige onderkant. De bes hoort een stevige, glanzende schil te hebben.
Van oktober tot april wordt de bes geïmporteerd uit Amerika. Van september tot april zijn er Nederlandse veenbessen te koop. Hoewel de bes op een kleine cranberry lijkt, is zij dit niet.