Was de sinaasappels.
Verwijder met een dunschiller de sinaasappelschil van één sinaasappel.
Enkel de schil, niet het witte vel.
Snij de schillen in dunne sliertjes (julienne).
Zo bekom je zogenaamde zestes.
Blancheer de zestes gedurende 1 minuut.
Giet af en verfris met koud stromend water.
Herhaal dit nog een tweede keer.
Pers citroen en sinaasappelen.
Laat de boter smelten, voeg er de suiker aan toe.
Laat inkoken tot de suiker bijna begint te karameliseren.
Blus het mengsel met het sinaas- en citroensap en laat even indikken tot een licht gebonden saus.
Neem van het vuur.
Breng op smaak met een geut Grand Marnier en Cognac.
Voeg de zestes van sinaasappel toe en laat bij voorkeur een uurtje trekken.
Warm de sinaasappelsaus op, wentel de flensjes er in tot ze warm zijn en vouw in vieren.