Wrijf de suikerklontjes stevig over de schil van de citroenen zodat de geurige citrusolie goed wordt opgenomen.
Leg de suikerklontjes vervolgens in een schone pan en voeg de kaneel, nootmuskaat, kruidnagel en een snufje zout toe.
Schenk de brandewijn, rum en het kokende water erbij en verwarm het mengsel zachtjes.
Pers ondertussen de citroenen uit en zeef het sap in de pan.
Verwarm alles verder zonder het aan de kook te laten komen.
Zeef de punch door een schone doek in een verwarmde schaal of punchkom.
Voeg tot slot de cider toe en roer rustig door.
Serveer de punch warm met een klein blokje ananas in elk glas.