Maak een gistbeslag van de bloem, eieren, gist, suiker, melk en zout.
Laat het beslag goed rijzen op een warme plaats.
Roer vóór het bakken het lauwe water door het gerezen beslag.
Smelt vet of reuzel in de koekenpan.
Giet een flinke hoeveelheid beslag in de pan, zodat de bodem bedekt is.
Bak de pannenkoek langzaam op een laag vuur.
Keer de pannenkoek om als de bovenkant droog is geworden.
Bak de andere kant nog 5-7 minuten tot hij goudbruin is.
Serveer de pannenkoeken warm met stroop.