Maak de champignons schoon, was ze en draai van 6 champignons de steeltjes uit de hoedjes.
Hak deze steeltjes fijn en bak ze samen met de gehakte ui in 1 eetlepel boter bruin.
Haal de pan van het vuur en laat het ui-steeltjesmengsel afkoelen.
Kook de hoedjes van de champignons in ruim water met citroensap ± 5 minuten.
Haal de hoedjes met een schuimspaan uit de pan, laat ze uitlekken en afkoelen.
Vul de champignonhoedjes met het afgekoelde ui-steeltjesmengsel.
Bak de overige in stukjes gesneden champignons in wat boter.
Meng zout, peper, het in melk geweekte en uitgeknepen brood, het ei en de gebakken champignons door het gehakt.
Verdeel het gehakt in 6 porties.
Druk in ieder portie gehakt een gevulde champignonhoedje en vorm er met nat gemaakte handen balletjes van.
Wentel de balletjes door de bloem.
Bak de balletjes in ± 20 minuten in 40 gram boter aan alle kanten knapperig bruin en gaar.
Haal de balletjes uit de pan en leg ze op een schotel.
Doe wat water of bouillon bij het bakvet en geef de jus er apart bij.