Kook de aardappelen en bloemkoolroosjes in weinig water met zout in 20 minuten gaar.
Giet af en stamp fijn met 2 eetlepels yoghurt.
Meng de helft van de gemalen koriander, komijn, kurkuma en verse koriander door de puree.
Voeg de bloem toe en breng op smaak met zout en peper.
Bestuif je handen met bloem en draai ca.
30 balletjes van het mengsel.
Verhit 2 eetlepels olie in een koekenpan en bak de knoflook, gember en rode peper kort aan.
Voeg de tomaten en de rest van de specerijen toe en laat 10 minuten zachtjes sudderen tot de saus indikt.
Verwarm de oven voor op 100°C.
Verhit de rest van de olie in een diepe pan of wok en frituur de groentenballetjes in porties in 4-5 minuten goudbruin en knapperig.
Laat uitlekken op keukenpapier en houd warm in de oven.
Breng de saus op smaak met zout en peper en roer de rest van de yoghurt erdoor.
Serveer de saus over de groentenballetjes of apart erbij.
Garneer met de rest van de verse koriander.