Doe de ingewanden in een pan met de groenten, een paar stukken spekzwoerd, zout, peper en water.
Breng aan de kook en laat ca. 2 uur trekken.
Zeef de bouillon en een kom, gooi de groenten en het zwoerd weg maar bewaar eventueel de ingewanden voor een ander gerecht.
Leg de kalkoen, als hij gaar is, op een warme schaal en giet het
meeste vet af, zodat het bezinksel en ca. 2 eetlepels vet in de braadslee achterblijven.
Roer de bloem door het vet in de braadslee.
Laat bakken tot het bruin wordt, en blijf alsmaar roeren zodat ook de aanbaksels worden losgewerkt.
Giet er langzaam de 6 dl ingewandenbouillon bij.
Breng al roerend aan de kook.
Bak intussen de lever tot hij net gaar is.
Haal hem uit de pan, laat hem uitlekken en hak hem fijn met een groot mes.
Voeg de lever bij de jus en warm 2 tot 3 minuten op; corrigeer zonodig de smaak.
Giet de jus in een kom en houd hem tot gebruik warm.