Spoel de vis (tarbot, griet, kabeljauw of zeewolf) af onder koud stromend water.
Maak de vis droog en snijd ze in stukken van 3 x 4 cm.
Vermeng het zout met het vijfkruiden poeder en wrijf de stukken vis hiermee in.
Haal de stukken vis door de losgeroerde eieren en daarna door de maïzena.
Verhit de olie in een wadjan en bak de stukken vis (niet meer dan 6 a 7 tegelijk) aan weerszijden snel goudgeel.
Daarna op keukenpapier uitdruipen en laten afkoelen.
Vlak voor het opdienen worden de vissen nogmaals gebakken maar dan goudbruin.
Door deze wijze ontstaan knapperige deegjasjes.
Snij de worteltjes in smalle reepjes (julienne), de uien ieder in acht partjes; maak daarna de rokken van de partjes los.
Schil de komkommer, verwijder het zaad en snij hem in kleine blokjes.
Bereid de saus door in een pannetje de sojasaus te vermengen met de tomatenketchup (aangelengd met 1 lepel water), de rijstwijn (of droge sherry) en de azijn.
Breng alles, onder voortdurend roeren aan de kook.
Voeg 2 dl. water toe en laat het mengsel enige minuten zachtjes doorkoken.
Leng de maïzena aan met 2 à 3 lepels koud water.
Doe dit bij de inhoud van het pannetje en blijf roeren totdat een gebonden saus is verkregen.
Voeg de uitgeperste knoflook en geraspte gemberwortel toe.
Laat alles nog 2 minuten zachtjes koken.
Schep vlak voor het opdienen de stukjes komkommer en doperwtjes erdoor.
Laat er dan nog heel even de kook over komen.
Proef de sausen voeg naar eigen smaak wat suiker toe (1 of2 theelepels). Leg de vis met de knapperige deegjasjes op een voorverwarmde schaal.
Strooi er wat gesnipperde voorjaarsuitjes, prei of bladselderij over.
Schenk de saus hier overheen.
Dien het gerecht onmiddellijk op en geef er witte rijst bij.